‘Heineken in Afrika’, het nieuwe boek van Olivier van Beemen

Afgelopen vrijdag, 13 november, kreeg ik het nieuwe boek van Olivier van Beemen, Heineken in Afrika, aangeboden in Atheneum boekhandel in Amsterdam. Ik heb daar de volgende toespraak gehouden.

Heineken in Afrika

Bookcover Heineken in Afrika, uitgegeven door Prometheus.

De mooiste zin in het boek vond ik ‘Transparency is beautiful if you have nothing to hide’ (op bladzijde 75), een reclamezin van Heineken in Sierra Leone en een zin die heerlijk ambivalent is.

Toen ik net directeur was geworden van het Afrika-Studiecentrum bracht ik een bezoek aan het kantoor van Heineken in Amsterdam om er te praten met Tom de Man, toen de directeur van de Heineken operaties in Afrika en het Midden Oosten. Ik trof er een prachtig Afrikaans ingerichte afdeling, een passie voor Afrika en een passie voor de ‘Company’.

Heineken had geen vertrouwen in Olivier van Beemen, omdat hij in 2011 een kritisch artikel had geschreven over de nauwe banden van het bedrijf in Tunesië met de familiekliek Ben Ali, die het eerste slachtoffer zou worden van de Arabische Lente. Ik denk dat Heineken spijt zal krijgen van haar weigering om vanaf het begin hoor en wederhoor toe te staan en met Olivier in gesprek te gaan. Niet als ‘embedded journalist’, maar om hem van repliek te dienen, en daar zelf ook weer van te leren. Tom de Man kon en wilde hier vandaag niet bij zijn, maar hij is er toch wel een beetje bij (de foto van hem in het boek Nigerian Breweries. Sixty Years of Winning with Nigeria wordt op tafel gezet, een boek dat recent door de bibliotheek van het ASC aan de rijke collectie werd toegevoegd). Ik had met Tom de Man voorafgaand aan dit praatje ook een paar keer contact.

Olivier van Beemen.

Olivier van Beemen.

Het boek heeft nu al veel publiciteit opgeleverd en uiteraard zoemen journalisten dan in op de schandaaltjes die ze ruiken. In NRC van 6 november publiceert Olivier zelf zijn verhaal over het Belgische inkoopkantoor dat volgens hem niet heerlijk helder is. De dag erna publiceert de Volkskrant een stuk dat inzoemt op Burundi en waarom Heineken daar nog steeds maar blijft zitten ondanks de ellende daar. Dat werd op de maandag erna weer gevolgd door een heel mooie column van Sheila Sitalsing, wat wel een pijnlijke titel meekreeg van de koppenzetter (‘pisbier’) en als aandachtstrekker de zin ‘het is niet verboden de ploert uit te hangen’. Dat zet het boek meteen neer als een negatief boek over Heineken. En dat is het niet. Het is, zoals Olivier zelf ook aangeeft, geen ‘J’Accuse’.

Het boek is een goed geschreven reisboek geworden over Afrika, met inkijkjes in het leven in Nigeria, Sierra Leone, Egypte, Algerije, Tunesië, Ethiopië, Zuid-Afrika, Burundi, Rwanda en Congo. Vol herkenbaarheid voor wie veel in Afrika komt. De energie, het levensplezier, de indrukwekkende groei van de consumptie, ook van bier en maltdranken, de kansen voor wie risico´s durft te nemen, de corruptie, de vriendjespolitiek, het gedrag van de politieke elites, de behendigheid van de zakenlieden. Het maakt het boek, ook zonder Heineken, tot een genot om te lezen.

Olivier was als onderzoeksjournalist vooral de observator en de interviewer, maar hij maakte ook volop gebruik van eerdere publicaties. En hij bedankt in zijn nawoord dan ook uitdrukkelijk de bibliotheek van ons Afrika-Studiecentrum (waar zijn boek ook geleend kan worden). Inderdaad, een hele rijke collectie. En er is veel geschreven over bierproductie en bierconsumptie in Afrika.

Maar het boek is natuurlijk vooral bedoeld als een onderzoeksjournalistieke studie over een van de meest prominente Nederlandse bedrijven in Afrika, met een product dat het moet hebben van zijn goede naam en van feel good marketing. Het maakt het bedrijf erg kwetsbaar voor negatieve publiciteit, ook in Nederland. En het boek is vooral een knappe studie over de dilemma’s waar een bedrijf als Heineken in Afrika mee worstelt. Heineken is in delen van Afrika heel belangrijk. Afrika is voor Heineken ook erg belangrijk. Ze zitten er ook al lang. En ze zitten er ook nog eens in notoir moeilijke gebieden, waar ze in bijna alle gevallen loyaal zijn gebleven, ook tijdens de zwartste dagen.

Uit Oliviers boek spreekt dan ook af en toe oprechte bewondering voor de mensen die hij heeft geïnterviewd, voor het doorzettingsvermogen, het ondernemerschap en voor de passie voor Afrika. Maar er zit ook een voortdurende ondertoon in van wat ik ‘ex-patria moralisme’ ben gaan noemen. Kritiek op dingen die niet deugen of die dubieus zijn, vanuit onze Nederlandse normen beoordeeld, normen die we zo graag als universeel geldend zouden willen zien. En daarover zou dit boek, denk ik, het debat moeten losmaken. Wat mag je nou eigenlijk verwachten van onze nationale biertrots, waarop Mark Rutte en Koningin Máxima zo trots zijn? En ‘we’ zijn niet de aandeelhouders, maar de betrokken Nederlandse bevolking die graag ziet dat een bedrijf als Heineken inderdaad maatschappelijk verantwoord opereert, ook in Afrika.

Het eerste dat je mag verwachten van een voedselproducent is dat dat veilig voedsel oplevert. Schone flesjes, schone productie- en distributieprocessen, en vooral schoon water, zoals Heineken probeert te bewerkstelligen in bijvoorbeeld Congo, met een impact die veel verder reikt dan veilig bier. De kritiek in het Sierra Leone hoofdstuk over vies, troebel bier, raakt het bedrijf dus in het hart.

Het tweede dat je mag verwachten is dat het bedrijf haar werknemers en pensionado’s netjes behandelt. En Heineken is daarmee steeds meer voorop gaan lopen. Het betekent ook dat ze niet weggaan uit een land als Burundi als het daar uit de hand dreigt te lopen. Weggaan is bijna nergens een optie, want ze laten dan niet alleen een land in de steek, maar ook de mensen die vaak al lang werken voor het bedrijf en ook al die indirecte banen die zo’n bedrijf als Heineken met zich meebrengt. Het is een kwestie van loyaliteit en langetermijnvisie. Heineken zit er niet om snel winst te maken. Dat is ook te zien aan het feit dat ze jaar in jaar uit stevig blijven investeren in Afrika. Jaarlijks tussen de 300 en 500 miljoen euro. Heineken heeft vertrouwen in Afrika, ook in haar moeilijkste gebieden.

Het derde dat je mag verwachten is een ontwikkelingshouding, waarbij zo veel mogelijk geprobeerd wordt de lokale economie te stimuleren. Heineken is dat in toenemende mate gaan doen. Het local sourcing verhaal krijgt steeds meer ruimte, maar vraagt langetermijn-commitment en het zit vol met risico’s. Maar ze doen het nu wel en met veel inzet.

En dan betekent net ondernemerschap ook dat je gewoon belasting afdraagt aan de lokale en centrale overheden. Dat zijn vooral accijnzen, maar daarnaast van alles en nog wat en natuurlijk zitten er spanningen tussen wat je lokaal afdraagt, wat je aan je aandeelhouders uitkeert en wat je investeert uit de winst. Die financiële kwesties zijn technisch erg ingewikkeld en volgens Tom de Man slaat Olivier hier door gebrek aan technische financiële kennis de plank af en toe mis en komt hij tot onjuiste conclusies, bijvoorbeeld in zijn stuk over de Belgische inkoopdochter. Ik nodig bij deze Tom de Man en Olivier Beemen uit om bij ons op het ASC in debat te gaan over die interpretaties en de dilemma’s waar een bedrijf als Heineken tegenaan loopt. Daar speelt natuurlijk ook een rol dat Heineken in bepaalde landen, zoals Burundi, relatief zo belangrijk is geworden dat een groot deel van de staatsbureaucratie en dus ook de politieke elite op het bedrijf leunt. Dat is ook een effect van in Afrika niet verboden, maar duivels lastige (bijna)monopolieposities. Hoe moet je omgaan met zeer dubieuze politieke elites, die volkomen verknoopt zijn met alle economische belangen in een land. Je wilt vermijden dat het too close for comfort wordt, want je moet ook verder met de opvolgers die er een keer zullen komen en die mogelijk uit de politieke oppositie komen. Maar je kunt ook niet om die politiek-zakelijke elite heen en je kunt er niet buiten. Dat was een enorm dilemma in Tunesië, waar het voor Olivier allemaal begon.

En ten slotte. De laatste tijd ligt er veel nadruk op de noodzaak voor bedrijven om veel arbeidsplaatsen te scheppen, vooral voor al die werkloze jongeren die anders naar Europa dreigen te komen. Maar Heineken moet ook rekening houden met de concurrentie en met de noodzaak om technisch zo geavanceerd mogelijk te produceren en te distribueren. Een dilemma is ook waar je je materiaal en je reserveonderdelen vandaan haalt. Heineken heeft een paar hele dure lessen geleerd toen ze ook op dat vlak in gingen op verzoeken om toch vooral lokaal materiaal te kopen.

De vraag wat je van een bedrijf mag verwachten als ze actief zijn in Afrika is dus een vraag waarbij je moet proberen reële antwoorden te krijgen. En het is heel onverstandig om Heinekens rol te zien als die van een overheid. Het zijn de overheden (in Afrika zelf, in Nederland en mondiaal) die de grenzen moeten aangeven en die leiding moeten geven aan de moraliteit van het verhaal. Daar waar die overheden zwak en corrupt zijn is het een echt dilemma van de koopman en de dominee. Het is de vraag hoeveel positieve impactvinkjes een bedrijf dan wel moet zetten om goedgekeurd te worden door de kritische onderzoekjournalistiek, zoals die van Olivier. Ik hoop dat juist daarover het boek een stevige discussie gaat losmaken, waarbij ook Heineken zelf en veel andere bedrijven, betrokken zullen zijn.

Ik vond het boek Congo van David van Reybrouck een van de beste Nederlandstalige boeken die ik ooit over Afrika heb gelezen. Ik heb aan dit boek net zoveel plezier beleefd. Inderdaad, ik heb het manuscript met rode oortjes gelezen! Ik verwacht en wens Olivier en de uitgever toe dat heel veel mensen hetzelfde zullen vinden.

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s